Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
advocaat-generaal bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster werd op 4 september 2014 gedwongen opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis op basis van een voorlopige machtiging van de rechtbank Gelderland. Zij stelde dat de rechtbank ten onrechte haar verzoek om een contra-expertise had gepasseerd, hetgeen door de Hoge Raad werd bevestigd. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug.
Na terugverwijzing wees de rechtbank het verzoek tot schadevergoeding grotendeels af, behalve een klein bedrag. Verzoekster stelde dat zij immateriële schade had geleden doordat zij het stervensproces van haar echtgenoot grotendeels had moeten missen en dat zij extra kosten had gemaakt voor zorg en rechtsbijstand.
Het hof oordeelde dat de rechtbank onjuist had gehandeld door het verzoek om contra-expertise niet goed te motiveren, waardoor sprake was van onrechtmatige vrijheidsbeneming zonder titel. Het hof kende een immateriële schadevergoeding toe van €19.845,- gebaseerd op 189 dagen verblijf met beperkingen, en stelde de kosten van rechtsbijstand op €5.000,-. Kosten voor extra zorg werden niet toegewezen wegens onvoldoende bewijs. De Staat werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten.
Uitkomst: Het hof kent verzoekster een immateriële schadevergoeding van €19.845,- en €5.000,- aan proceskosten toe wegens onrechtmatige gedwongen opname.