Uitspraak
de Stichting,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De Stichting stelde haar opvolger aansprakelijk voor schade aan de nalatenschapsboedel door het niet tijdig incasseren van huurinkomsten van een inmiddels failliet bedrijf. De opvolger voerde aan dat de Stichting ten tijde van het hoger beroep niet meer bevoegd was als vereffenaar omdat de uitdelingslijst verbindend was geworden.
Het hof overwoog dat de vereffening niet was afgerond zolang liquidatiewerkzaamheden, zoals het innen van vorderingen, nog liepen. Daarom bleef de Stichting bevoegd om namens de erfgenamen op te treden. De Stichting moest bewijzen dat de huurder in de periode van september 2007 tot eind januari 2008 in staat was de huur te betalen.
Na bewijslevering oordeelde het hof dat de Stichting niet had aangetoond dat de huurder voldoende middelen had om substantieel te betalen. Betalingen aan andere schuldeisers waren gering en prioriteit werd vermoed aan essentiële diensten. De vordering werd daarom afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis voor zover proceskosten waren gecompenseerd en veroordeelde de Stichting in de proceskosten.
Uitkomst: De Stichting is ontvankelijk gebleven als vereffenaar maar aansprakelijkheid voor schade wegens niet tijdig incasseren huurinkomsten is afgewezen.