ECLI:NL:GHARL:2016:3983

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 mei 2016
Publicatiedatum
24 mei 2016
Zaaknummer
200.112.029/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 163 RvArt. 194 lid 5 RvArt. 200 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over bewijslevering en getuigenverhoor in civiele procedure tussen Univé en Staatsbosbeheer

In deze civiele procedure tussen Univé en Staatsbosbeheer heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij tussenarrest van 24 mei 2016 het verdere verloop van het hoger beroep bepaald. Het hof verwijst naar het eerdere tussenarrest van 23 juli 2015 waarin Staatsbosbeheer werd gevraagd of zij tegenbewijs wenst te leveren tegen het vermoeden van causaal verband tussen de levering van voer en de ziekte van runderen bij een veehouder.

Staatsbosbeheer heeft aangegeven tegenbewijs te willen leveren door middel van een schriftelijk expertiserapport en het horen van getuigen, te weten drie eerder bij de procedure betrokken deskundigen. Het hof wijst erop dat een getuigenverklaring alleen bewijs kan vormen voor feiten die de getuige uit eigen waarneming kent, en dat Staatsbosbeheer moet toelichten waarom deze personen als getuigen moeten worden gehoord.

Het hof zal na ontvangst van het expertiserapport en de reactie van Univé beoordelen of een verhoor van deskundigen noodzakelijk is. Tot nu toe ziet het hof geen reden voor een dergelijk verhoor en Staatsbosbeheer heeft dit ook niet gemotiveerd. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting van 23 augustus 2016 voor overlegging van deskundigenbewijs en nadere uitlatingen over het verhoor van getuigen en deskundigen.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rolzitting voor overlegging deskundigenbewijs en nadere uitlatingen over getuigenverhoor.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.112.029/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 68052 / HA ZA 08-422)
arrest van de eerste kamer van 24 mei 2016
in de zaak van
Onderlinge Verzekering Maatschappij Univé Noord-Nederland U.A.,
gevestigd te Zwolle,
appellante in het principaal hoger beroep,
geïntimeerde in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna:
Univé,
advocaat: mr. E. Bos-van den Berg, kantoorhoudend te Zwolle,
tegen
Staatsbosbeheer,
gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
appellante in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna:
Staatsbosbeheer,
advocaat: mr. F.A.M. Knüppe, kantoorhoudend te Arnhem.
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 23 juli 2015 hier over.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
In genoemd tussenarrest heeft het hof Staatsbosbeheer in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of, en zo ja op welke wijze, zij tegenbewijs wenst te leveren tegen het vermoeden dat sprake is van causaal verband tussen de levering van het voer door Staatsbosbeheer (aan [veehouder X] ) en de ziekte van de runderen aan [veehouder X] .
Staatsbosbeheer heeft daarop een akte uitlating bewijslevering genomen.
1.2
Vervolgens hebben partijen arrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling

2.1
Staatsbosbeheer heeft aangegeven tegenbewijs te willen leveren door een nader schriftelijk expertiserapport in het geding te brengen en door getuigen te doen horen. Als te horen getuigen heeft Staatsbosbeheer dr. [getuige A] , prof. dr. ir. [getuige B] en prof. dr. [getuige C] genoemd.
2.2
Het hof zal Staatsbosbeheer in de gelegenheid stellen bij akte een nader schriftelijk expertiserapport in het geding te brengen. Univé zal bij akte op dat rapport mogen reageren, al dan niet met een eigen deskundigenrapport.
2.3
Het hof stelt vast dat de door Staatsbosbeheer als getuigen genoemde personen in de procedure of als door de rechtbank benoemde deskundige of als partijdeskundige zijn opgetreden. Staatsbosbeheer heeft niet toegelicht waarom deze personen
als getuigeeen verklaring zouden kunnen afleggen. Een getuigenverklaring kan immers slechts als bewijs dienen voor zover zij betrekking heeft op aan de getuige uit eigen waarneming bekende feiten (artikel 163 Rv Pro.). Staatsbosbeheer dient dan ook in de door haar te nemen akte toe te lichten waarom zij de genoemde personen
als getuigewenst te horen.
2.4
Het hof zal na het expertiserapport aan de zijde van Staatsbosbeheer en de reactie van Univé daarop beoordelen of er reden is om een verhoor van deskundigen te bevelen, en zo ja, welke deskundigen hij wenst te horen. Het hof overweegt in dat verband dat artikel 194 lid 5 Rv Pro. de rechter de bevoegdheid verleent, en niet verplicht, om de door hem benoemde deskundige(n) te horen. Voor het horen van een of meer partijdeskundigen kent artikel 200 Rv Pro. een vergelijkbare regeling. Tot nu toe heeft het hof geen reden gezien voor een dergelijk verhoor en Staatsbosbeheer heeft niet aangevoerd waarom zij meent dat er nu wel reden toe is. Indien het de bedoeling van Staatsbosbeheer is de meergenoemde personen
als deskundigete horen, kan zij dat in de akte toelichten. Univé kan daarop reageren en, desgewenst, aangeven of zij wenst dat ook anderen als deskundige worden gehoord, indien het hof zou besluiten tot een verhoor van deskundigen.

3.De beslissingHet gerechtshof, alvorens nader te beslissen:verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 23 augustus 2016voor akte overlegging deskundigenbewijs en uitlating verhoor van getuigen/deskundigen aan de zijde van Staatsbosbeheer;houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mr. H. de Hek, mr. J.H. Kuiper en mr. D.H. de Witte en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag
24 mei 2016.