Een onderwijzeres, sinds 22 juli 2013 langdurig arbeidsongeschikt, werd door haar werkgever SIMON op 18 september 2015 ontslagen met ingang van 1 november 2015. SIMON had op 29 juni 2015 bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd. De kantonrechter wees het verzoek tot toekenning van een transitievergoeding af, stellende dat het oude recht van toepassing was vanwege het overgangsrecht van de Wwz.
In hoger beroep stelde de onderwijzeres dat de Wwz van toepassing is omdat alle relevante rechtsfeiten na de inwerkingtreding van de Wwz op 1 juli 2015 hebben plaatsgevonden. Het hof oordeelde dat het overgangsrecht strikt moet worden uitgelegd en dat het oude recht slechts van toepassing is indien het verzoek om toestemming bij het UWV noodzakelijk was en vóór 1 juli 2015 is ingediend. Dit was niet het geval omdat onderwijsgevenden onder het oude recht geen toestemming van het UWV nodig hadden.
Het hof verwierp ook het beroep op de voornemenprocedure uit de cao als grond voor toepassing van het oude recht. De opzegging zelf vond plaats na 1 juli 2015 en valt derhalve onder de Wwz. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en veroordeelde SIMON tot betaling van de transitievergoeding van € 15.297,97, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 december 2015. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.