Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
1.Het geding in eerste aanleg
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing
5.De beslissing
200.192.085/02:
200.192.091:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd en hebben een minderjarig kind over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder vastgesteld, met een zorgregeling, welke beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Verzoekster verzocht het hof om schorsing van de uitvoerbaarheid van deze beschikking en om benoeming van een bijzondere curator voor het kind, stellende dat het belang van het kind gediend is met schorsing en dat de belangenstrijd tussen ouders een onafhankelijke vertegenwoordiging rechtvaardigt.
Het hof overwoog dat de rechtbank de uitvoerbaarverklaring gemotiveerd had en dat er geen kennelijke juridische of feitelijke misslag was. De belangenafweging wees uit dat het belang van het kind en de wederpartij zwaarder woog dan het belang van verzoekster bij schorsing. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de situatie een bijzondere curator vereiste, aangezien het kind goed contact heeft met beide ouders en er geen wezenlijk conflict was dat het kind zou schaden.
Daarom wees het hof zowel het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid als het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2016.
Uitkomst: Het hof wees het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring en het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator af.