Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
3.Geschil
4.Beoordeling
5.Kosten
6.Beslissing
1 november 2016in het openbaar uitgesproken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een vennootschap, maakte bezwaar tegen een aanslag vennootschapsbelasting over 2010 en de daarbij opgelegde heffingsrente. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Gelderland oordeelde hetzelfde en verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het geschil betrof de vraag of het bezwaar tijdig was ingediend. De aanslag was gedateerd op 2 augustus 2014, waardoor de bezwaartermijn eindigde op 15 september 2014. Het bezwaarschrift was echter pas op 23 september 2014 ontvangen, met een poststempel van 22 september. Belanghebbende stelde dat het bezwaar tijdig ter post was bezorgd op 12 september 2014, zoals met de hand op de enveloppe was genoteerd, en dat de vertraging aan PostNL te wijten was.
Het Hof overwoog dat het datumstempel van het postvervoerbedrijf als bewijsrechtelijk uitgangspunt geldt voor de datum van terpostbezorging. De door belanghebbende aangevoerde handgeschreven datum en de staat van de enveloppe waren niet verifieerbaar en boden onvoldoende bewijs. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het bezwaar tijdig was verzonden. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het Hof zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 1 november 2016 gedaan door mr. R.A.V. Boxem, mr. B. van Walderveen en mr. A.J.H. van Suilen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.