ECLI:NL:HR:2008:BC6556
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens late postbezorging
Belanghebbende kreeg over het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd gehandhaafd. Tegen deze uitspraak kwam belanghebbende in beroep bij de Rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende stelde dat hij het beroepschrift tijdig had gepost, maar dat de postbezorging vertraagd was.
De Rechtbank verklaarde het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring ongegrond, omdat zij oordeelde dat de late ontvangst van het beroepschrift niet aan belanghebbende was toe te rekenen. De Hoge Raad oordeelde echter dat de Rechtbank deze stelling onbesproken had moeten laten en dat de omstandigheid dat het postbedrijf verantwoordelijk was voor de vertraging, kan leiden tot een uitzondering op de termijnoverschrijding.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond, vernietigde de uitspraak van de Rechtbank, verklaarde het verzet gegrond en gelastte dat de Rechtbank het onderzoek voortzet. Tevens werd belanghebbende het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verklaart het verzet gegrond, waarna de Rechtbank het onderzoek voortzet.