Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Groningen(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een documentairemaker, had zijn activiteiten per 1 januari 2008 ondergebracht in een vennootschap onder firma (vof). De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op waarbij de winst uit de vof werd betrokken. Belanghebbende stelde dat de vof een bron van inkomen vormde, terwijl de Inspecteur dit betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet was aangetoond dat er een objectieve winstverwachting bestond.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze uitspraak. Het Hof oordeelde dat de activiteiten van belanghebbende niet als onderneming konden worden aangemerkt, mede omdat de vof vanaf 2008 geen omzet behaalde en de resultaten negatief waren. De marktsituatie voor documentaires was structureel veranderd, waardoor opdrachten nauwelijks werden verkregen. Belanghebbende kon geen feiten aanvoeren die een reële verwachting van toekomstige winst aannemelijk maakten.
Het Hof wees ook op het ontbreken van lopende contracten bij de overgang van de activiteiten naar de vof en het feit dat de huisvestingskosten aanzienlijk waren gestegen door de inbreng van een woning in het buitenvennootschappelijk vermogen. De eerdere winstgevende jaren van de B.V. waren niet vergelijkbaar met de situatie vanaf 2008. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het beroep tegen de heffingsrente ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de werkzaamheden van belanghebbende in de vof geen bron van inkomen vormen.