ECLI:NL:HR:2012:BW8348
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Paardenfokkerij vormt geen onderneming voor inkomstenbelasting
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van meerdere vennootschappen, voerde vanaf 1999 een paardenfokkerij. Hij verantwoorde de verliezen hiervan als negatieve winst uit onderneming in zijn belastingaangiften. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op, die na bezwaar en beroep door rechtbank en hof werden gehandhaafd.
Het hof oordeelde dat de paardenfokkerij geen bron van inkomen vormde, mede vanwege het ontbreken van specifieke deskundigheid, een bedrijfsplan en de negatieve resultaten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de feitelijke resultaten wel degelijk relevant zijn voor het bestaan van een objectieve voordeelsverwachting.
De middelen van belanghebbende falen omdat het hof zijn oordeel baseerde op een juiste rechtsopvatting en een waardering van feiten die in cassatie niet kan worden getoetst. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de paardenfokkerij geen onderneming vormt.