Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De grieven
ten koste vanin artikel 48 lid 3 van Pro de voornoemde cao onjuist uitgelegd.
4.De feiten
5.De beoordeling van het geschil in hoger beroep
ten kostegaat
van de betaalde formatie van de professionele organisatie.
notitie vrijwilliger in de dienstverlening,kan aan het hiervoor overwogene niet afdoen: het staat de Bibliotheek vrij om gebruik te maken van vrijwilligers, maar niet om die vrijwilligers werkzaamheden te laten verrichten die thans worden of tot voor kort (in de oude organisatie) werden verricht door betaalde werknemers.
6.De beslissing
bekrachtigthet tussen de partijen gewezen vonnis van de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht) van 8 juni 2016;