Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van het gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een patiowoning die in 2011 is gebouwd. De heffingsambtenaar stelde op basis van de Wet WOZ de waarde van de woning per 1 januari 2013 vast op €249.000 en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking en aanslag, die werden gehandhaafd. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Het geschil betrof de bevoegdheid van de heffingsambtenaar om de beschikking en aanslag vast te stellen, de juistheid van de waardevaststelling, en de vraag of het gelijkheidsbeginsel was geschonden. Het Hof oordeelde dat de bevoegdheid rechtsgeldig was overgedragen aan het Gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) en dat de mandatering aan de directeur en de aanwijzing van de heffingsambtenaar volgens de wettelijke voorschriften waren verlopen.
Ten aanzien van de waardevaststelling concludeerde het Hof dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €249.000 niet te hoog was vastgesteld. De vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar, en de inhoud van de woning was niet onjuist berekend. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van schending van de meerderheidsregel, begunstigend beleid of oogmerk van begunstiging.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten aan de partijen opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €249.000 wordt bevestigd.