Uitspraak
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale Administratiete Apeldoorn
,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker, inspecteur van de Belastingdienst, stelde een wrakingsverzoek in tegen raadsheer-plaatsvervanger mr. E. Polak in een hoger beroep over een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Het verzoek was gebaseerd op uitlatingen van Polak in een krantenartikel waarin zij stelde dat de fiscus zich laat leiden door belastingopbrengst.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de objectieve toets voor rechterlijke onpartijdigheid centraal stond. De kamer concludeerde dat de uitlatingen niet objectief een schijn van partijdigheid wekken en dat Polak haar functie als raadsheer en belastingadviseur voldoende gescheiden houdt.
Verzoeker erkende ter zitting dat de Belastingdienst op grond van wet- en regelgeving verplicht is om diensten fiscaal te splitsen. De wrakingskamer oordeelde dat de uitlatingen van Polak binnen deze context passen en geen vooringenomenheid impliceren.
De wrakingskamer wees het verzoek af en benadrukte dat tegen deze beslissing geen rechtsmiddel openstaat. De beslissing werd openbaar uitgesproken op 24 november 2017 door de wrakingskamer te Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen raadsheer-plaatsvervanger Polak is afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.