Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
12 december 2017
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Zwolle(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Sportaccommodatie huren
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De gemeente X exploiteert een sporthal en drie gymzalen die zij deels zonder vergoeding ter beschikking stelt aan basisscholen en deels tegen vergoeding verhuurt aan sportverenigingen en derden. De gemeente heeft in haar aangiften omzetbelasting de aftrekbare voorbelasting berekend aan de hand van een verdeelsleutel die rekening houdt met uren belaste verhuur en uren gebruik voor het primair onderwijs, waarbij leegstand buiten beschouwing werd gelaten.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen de aanslag omzetbelasting ongegrond, en ook de rechtbank wees het beroep van de gemeente af. In hoger beroep stond centraal hoe de aftrek van voorbelasting op de instandhoudingskosten van de sportzalen berekend moet worden, en of herrekening voor het gehele boekjaar mogelijk is.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse wetgeving de omzetverhouding als uitgangspunt neemt voor het aftrekrecht, maar dat afwijkende regels mogelijk zijn. Omdat de Nederlandse wetgever geen regels heeft gesteld voor niet-economische activiteiten, moet het hof een passende oplossing bieden. Het standpunt van de Inspecteur, waarbij de verhouding tussen daadwerkelijk belaste verhuur en totaal daadwerkelijk gebruik bepalend is, wordt als het meest objectief en nauwkeurig beoordeeld.
Leegstand wordt buiten beschouwing gelaten omdat de gemeente in haar aangifte ook geen rekening hield met leegstand. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.