Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2014 gehuwd en bij beschikking van 24 juli 2017 is hun echtscheiding uitgesproken. De rechtbank legde een alimentatieverplichting op aan de man voor twee minderjarige kinderen, hoewel hij niet de juridische of biologische vader is van één kind. Tevens werd geen rekening gehouden met de aanzienlijke schuldenlast en loonbeslag van de man.
In hoger beroep verzochten partijen schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beschikking. Het hof oordeelde dat de rechtbank een feitelijke en juridische misslag had gemaakt door de onderhoudsplicht onjuist vast te stellen en door onvoldoende aandacht voor de financiële situatie van de man.
Daarnaast was de bewindvoerder niet betrokken bij de eerste aanleg, terwijl deze wel de belangen van partijen behartigt. Het hof achtte het maatschappelijk ongewenst dat de gemeente partijen dwong maximale alimentatie te vorderen zonder toetsing, wat de onderlinge verstandhouding verslechterde.
Gezien deze omstandigheden schorst het hof de werking van de beschikking voor zover deze kinder- en partneralimentatie betreft, in afwachting van een nieuwe beoordeling in de hoofdzaak. Het hof moedigt partijen aan om in onderling overleg tot afspraken te komen.
Uitkomst: De werking van de beschikking over kinder- en partneralimentatie wordt geschorst wegens feitelijke en juridische misslagen.