ECLI:NL:GHARL:2017:11364
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid administratief beroep wegens termijnoverschrijding en schending hoorplicht
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het administratief beroep van betrokkene tegen een inleidende beschikking ongegrond verklaarde vanwege termijnoverschrijding. De betrokkene had het beroepschrift te laat ingediend, ruim drie maanden na het verstrijken van de zes weken beroepstermijn.
De gemachtigde van betrokkene stelde dat de officier van justitie ten onrechte niet had overgegaan tot het horen van betrokkene of zijn gemachtigde, wat volgens het hof een schending van de hoorplicht betekende. Hierdoor was betrokkene de kans ontnomen om omstandigheden aan te dragen die de termijnoverschrijding mogelijk verschoonbaar zouden maken.
Het hof oordeelde dat de verzending van de beschikking door het CJIB aannemelijk was gemaakt en dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt de beschikking niet te hebben ontvangen. De termijnoverschrijding was derhalve niet verschoonbaar, en omdat geen omstandigheden waren gesteld die dit konden veranderen, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat de gemachtigde geen omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen en zijn optreden niet als belangenbehartiging werd gezien.
Het hof vernietigde de eerdere beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie en sprak het definitieve oordeel uit over de niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Uitkomst: Het administratief beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verschoonbare omstandigheden.