Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert appellant, eigenaar van een bedrijfsruimte met bovenwoning, de ontbinding van de huurovereenkomst wegens niet-betaling van huur door geïntimeerde. De huurovereenkomst liep vanaf 1 december 2014 voor vijf jaar. Na herhaalde sommatie betaalde geïntimeerde de huur vanaf augustus 2016 niet meer volledig, waarna contact onmogelijk werd.
De kantonrechter wees de vordering tot ontbinding af vanwege onvoldoende huurachterstand, maar kende betaling van achterstallige huur en boetes toe. Appellant wijzigde in hoger beroep zijn eis en vorderde ook betaling van huur vanaf oktober 2016 en ontbinding.
Het hof oordeelt dat de structurele tekortkoming in huurbetaling een grond voor ontbinding vormt. Geïntimeerde is niet bereikbaar, waardoor de vrees voor verdere tekortkoming gerechtvaardigd is. Het hof vernietigt het vonnis voor zover ontbinding werd afgewezen, wijst de ontbinding toe, veroordeelt tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, boetes en handelsrente, en bekrachtigt het vonnis voor de reeds toegewezen bedragen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en geïntimeerde veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, boetes en rente.