Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
) kent toe aan sub 2 (i.e. de man
) een recht op periodieke uitkeringen (stamrecht), ingaande tenminste op de dag waarop sub 2 de leeftijd van 65 jaar bereikt, en eindigende bij diens overlijden. Bij (voor-)overlijden van sub 2 zal het stamrecht voor 100% overgaan op diens echtgenoot (of: echtgenote).”