2.2[appellant] heeft het medisch dossier in handen gesteld van [deskundige 1] , hoogleraar ouderengeneeskunde en ethiek van de zorg en [deskundige 2] , gezondheidszorgpsycholoog, beiden verbonden aan het ‘Centrum voor Wilsbekwaamheidsvragen’ van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. [appellant] heeft als productie 1 hun korte rapportage overgelegd. Daarin schrijven zij in een brief van 1 december 2016 onder meer het volgende:
“2. Reconstructie
Bij een onderzoek naar wilsbekwaamheid is het gebruikelijk dat de deskundige in gesprek gaat met de betrokken persoon. Dat is in dit geval uiteraard niet mogelijk. Het gaat thans om een reconstructie van de wilsbekwaamheid van de [overledene] op 22 januari 2010 ter zake van het opstellen van zijn testament. De vraag die zich hierbij voordoet is of er voldoende gegevens bekend zijn om tot een dergelijke reconstructie te komen. In dit geval kunnen we alleen beschikken over het medisch dossier van de [overledene] ,
3. Het medisch dossier
Het hanteren van de inhoud van een medisch dossier/zorg dossier als basis voor de reconstructie van iemands wilsbekwaamheid is om twee redenen niet zonder problemen:
a. Het dossier is niet opgesteld om te informeren over eventuele wilsbekwaamheid, maar dient geheel andere doelen. Er is derhalve grote terughoudendheid geboden om aan he dossier anders dan indirecte aanwijzingen te ontlenen.
b. Voor zover het dossier gedragingen beschrijft of testresultaten bevat, dient steeds in
aanmerking te worden genomen dat wilsbekwaamheid een context- en taakgerelateerd
begrip is. Of de [overledene] wilsbekwaam was op het moment van het opstellen van zijn
testament hangt dus af van de mate waarin hij een dergelijke beslissing kon overzien en -
daarmee - van de kwaliteit en objectiviteit van de beslissingsondersteuning die hoe hij
daarbij heeft ontvangen. Dit laatste verwijst naar de procedure van de notaris en de rol van ondersteuners, zoals zijn zoons e.a. Over deze laatste aspecten hebben wij geen informatie, maar zij zijn wel degelijk van belang voor het oordeel in deze zaak: bekwaam of niet, temeer daar het dossier wel zwaarwegende aanwijzingen bevat voor cognitieve kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid door derden in gedrag en besluitvorming; zie hiervoor verder punt 4. (…)
4. Wat voor aanwijzingen bevat het dossier?
De diverse rapportages laten het beeld van een verwarde en gedesoriënteerde man zien, die zich niet meer zelfstandig kan handhaven en bij wie bijna een jaar eerder al de diagnose dementie is gesteld. Het onderzoek van psychiater en psycholoog van de GGz instelling Dimence uit 2009 ondersteunen die diagnose en wijzen ook op (milde) executieve functiestoornissen. Er is geen beeldvormend onderzoek verricht. De ziekte van Alzheimer is als onderliggende oorzaak aannemelijk, maar vasculaire dementie, c.q. een vasculaire component is zeker niet uitgesloten gelet op de bijkomende cardiovasculaire co-morbiditeit en de frequente wegrakingen, welke feitelijk de directe aanleiding waren voor opname in een zorginstelling. Het dossier, waarin summier medische gegevens zijn opgenomen, maar ook veel observationele gegevens van verplegenden en verzorgenden, laat duidelijk een fluctuatie in functioneren zien, met betere en minder goede momenten van cognitief functioneren. Deze fluctuaties kunnen pleiten voor een vasculaire component in de etiologie van de dementie. En zij laten ook ruimte voor fluctuaties in wilsbekwaamheid. De meest directe en meest actuele aanwijzingen voor het cognitief functioneren om en nabij 22 januari biedt het psychologisch onderzoek van 8 februari 2010. In dit rapport wordt vermeld dat (onder de geheugenfuncties) de herkenning iets minder is aangedaan dan de reproductie en dat op testen voor redeneren en abstract denken relatief goed gescoord wordt. Dit laat ruimte voor wilsbekwaamheid, mits er voldoende en adequate beslissingsondersteuning geboden kan worden. Anderzijds lijken er ook aanwijzingen te zijn voor sociaal ongepast en impulsief gedrag en zijn geheugen en oriëntatie ernstig aangedaan, maar dat is onvoldoende reden om tot wilsonbekwaamheid ter zake te besluiten.
5. Conclusie
Het op grond van de gegevens uit het medisch zorgdossier te reconstrueren cognitieve profiel biedt onvoldoende basis voor een stellige uitspraak over de wilsbekwaamheid of - onbekwaamheid van de [overledene] ten tijde van het opmaken van zijn testament.”