ECLI:NL:GHARL:2017:6333
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Beswerda
- de Witt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing kantonrechter inzake beroep op grond van WAHV zonder aanvulling beroepsgronden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Midden-Nederland die het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de WAHV ongegrond verklaarde.
De gemachtigde van betrokkene had bij brief beroep ingesteld met voorlopige gronden en verzocht om een termijn van vier weken voor aanvulling van de beroepsgronden, gekoppeld aan de ontvangst van stukken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. De kantonrechter gaf geen gelegenheid tot aanvulling en verklaarde het beroep ongegrond.
Het hof overwoog dat de regeling van artikel 11, vierde lid, WAHV bepaalt dat de gemachtigde zelf het recht heeft om inzage in het dossier te verkrijgen en dat de officier van justitie geen taak meer heeft na het instellen van beroep. Het verzoek om termijnverlenging gekoppeld aan ontvangst stukken was niet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud. De gemachtigde had geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot inzage of afschrift via de griffier.
Het hof benadrukte dat de gemachtigde geacht moet worden met de verkregen informatie ter zitting (of vooraf via de griffier) de beroepsgronden te kunnen formuleren, wat recht doet aan de eenvoudige en mondelinge afdoening van WAHV-beroepen. Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het ongegrond verklaren van het beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.