Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De motivering van de beslissing in hoger beroep
6.De slotsom
€ 711,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert Dexia Nederland B.V. een verklaring voor recht dat zij ten aanzien van de effectenleaseovereenkomst niets meer verschuldigd is aan geïntimeerde. De rechtbank wees deze vordering af, maar het hof vernietigt dit vonnis en beoordeelt de zaak opnieuw.
Het geschil betreft onder meer de vraag of Dexia misbruik maakt van haar bevoegdheid door de vordering in te stellen, of de vordering voldoende belang heeft, en de inhoudelijke gronden zoals advisering, buitengerechtelijke kosten, onjuiste afrekenkoersen en het niet aankopen van aandelen. Het hof oordeelt dat Dexia voldoende belang heeft en geen misbruik maakt van haar bevoegdheid.
De inhoudelijke gronden van geïntimeerde worden afgewezen: advisering door Dexia zelf leidt niet tot afwijking van de standaard schuldverdeling; aanspraak op buitengerechtelijke kosten is onvoldoende gespecificeerd; de vordering over onjuiste afrekenkoersen is onvoldoende onderbouwd en de stelling dat aandelen niet zijn gekocht is reeds door eerdere rechtspraak verworpen.
Het hof verklaart daarom voor recht dat Dexia aan haar verplichtingen heeft voldaan en veroordeelt geïntimeerde in de kosten van het hoger beroep. De kostenveroordeling van de rechtbank ten laste van Dexia blijft in stand.
Uitkomst: Het hof verklaart dat Dexia aan al haar verplichtingen heeft voldaan en wijst de vordering van geïntimeerde af.