ECLI:NL:GHAMS:2019:2131
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt dat Dexia aan alle verplichtingen uit leaseovereenkomsten heeft voldaan
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Dexia Nederland B.V. nog verplichtingen had jegens de wederpartij uit twee effectenleaseovereenkomsten. De rechtbank had eerder een verklaring voor recht afgewezen dat Dexia aan al haar verplichtingen had voldaan. Dexia ging in hoger beroep en vorderde tevens terugbetaling van een bedrag dat zij eerder aan de wederpartij had betaald.
Het hof stelde vast dat de feiten zoals vastgesteld door de kantonrechter niet in geschil waren. Dexia had een bedrag van €4.397,22 betaald aan de wederpartij en erkende daarmee haar schadeplicht. Het hof oordeelde dat Dexia hieraan gebonden was en niet kon terugkomen op deze erkenning. Verder wees het hof de stellingen van de wederpartij af over onjuiste afrekenkoersen, beleggingstechnische gebreken en buitengerechtelijke kosten, mede op grond van eerdere jurisprudentie.
Het hof overwoog dat Dexia een redelijk belang had bij de gevorderde verklaring voor recht en dat er geen sprake was van misbruik van procesrecht. De grief van Dexia dat er geen sprake was van een adviesrelatie met een onafhankelijke tussenpersoon werd gegrond verklaard, waardoor de hogere schadevergoeding op grond van de Hofformule van toepassing was. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van de wederpartij af, terwijl het de verklaring voor recht toewijst dat Dexia aan al haar verplichtingen heeft voldaan.
Uitkomst: Het hof verklaart voor recht dat Dexia aan al haar verplichtingen uit de leaseovereenkomsten heeft voldaan en wijst de vorderingen van de wederpartij af.