ECLI:NL:GHARL:2017:6802
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing administratieve sanctie wegens verkeersgedraging
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van een doorgetrokken streep als bestuurder. Tegen deze sanctie werd beroep ingesteld bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. De gemachtigde van de betrokkene stelde in hoger beroep dat de officier van justitie ten onrechte niet had voldaan aan het verzoek om toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, wat volgens het hof in strijd was met artikel 7:18, vierde lid, Awb.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie niet mocht voorbijgaan aan het verzoek om stukken, ook al was dit verzoek laat ingediend. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard.
Vervolgens beoordeelde het hof het beroep tegen de inleidende beschikking zelf. De verklaring van de verbalisant vormde een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging had plaatsgevonden, temeer daar de betrokkene slechts een niet nader onderbouwde ontkenning gaf. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd daarom ongegrond verklaard en de sanctie bleef in stand.
Tot slot veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op € 620,-, voor de procedure bij de kantonrechter en het hoger beroep.
Uitkomst: De beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd wegens het niet verstrekken van stukken, maar het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard en de sanctie blijft in stand.