Belanghebbende exploiteert een varkensfokbedrijf en heeft in 2010 een aanvraag ingediend voor omgevingsvergunningen voor de bouw van stallen. Na het bouwen in afwijking van de vergunningen en een nieuwe aanvraag in 2013, weigerde de gemeente Dinkelland de vergunning op grond van strijd met het Bouwbesluit. De heffingsambtenaar bracht leges in rekening gebaseerd op de geschatte bouwkosten uit de aanvraag van 2013.
Belanghebbende stelde dat de legesverordening 2013 niet verbindend was vanwege onjuiste publicatie en dat er rekening gehouden moest worden met eerder betaalde leges. Het hof oordeelde dat de publicatie van de verordening en de NEN-normen correct was en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de wijziging gering was, zodat de leges terecht volledig werden geheven.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en het hof bevestigde deze uitspraak. Er was geen grond voor vermindering van de leges en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Proceskosten werden niet toegewezen.