Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 november 2017 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing tot heffing van leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omvangrijk bouwproject. De leges waren vastgesteld op basis van de door eiseres opgegeven bouwkosten en waren aanvankelijk vastgesteld op ruim €1,1 miljoen, later verminderd tot ongeveer €1,02 miljoen.
De rechtbank oordeelt dat de heffing van de leges bevoegd is genomen, ondanks dat het besluit tot heffing was genomen door het hoofd Vergunningen namens het college, omdat mandaatbesluiten en aanwijzingsbesluiten de bevoegdheid rechtsgeldig hebben overgedragen aan bevoegde ambtenaren. Ook het bezwaar is bevoegd behandeld door de directeur belastingen.
Verder is betoogd dat de Wabo-Legesverordening onverbindend is wegens het ontbreken van bijlagen bij publicatie en wegens overschrijding van de opbrengstlimiet. De rechtbank stelt dat de normbladen NEN 2631 en UAV 2012 niet als bijlage behoeven te worden gevoegd, omdat de verordening voldoende kenbaar is gemaakt. Daarnaast is de opbrengstlimiet niet overschreden; de gemeente heeft voldoende inzicht gegeven in de raming van baten en lasten, en de kostenposten die door eiseres werden betwist zijn door de gemeente aannemelijk toegelicht als toerekenbare kosten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de legesheffing zoals verminderd bij bezwaar. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de legesheffing wordt ongegrond verklaard en de legesheffing bevestigd.