Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
4.3 Verhuur van jachten
VAT Deferment Structure for Luxury Yachts
notas owner) into The Netherlands. For this purpose, the yacht should be physically available in the Netherlands. The Dutch VAT due upon the importation can be recovered (claimed back) by [Y4] on its periodical Dutch VAT return. Based on specific Dutch VAT legislation, the VAT due upon the importation and the recovery of VAT can be reported in the same VAT return, as a consequence of which no cash payment of VAT (upon importation) is requited.
commercialrate to its clients. This means that [Y4] may only charge a very low amount per annum to the private individual using the yacht. For the purposes of our VAT structure, the annual chatter fee charged by [Y4] to the user of the yacht is set at approximately 1% of the value of the yacht, excluding the Dutch VAT due on the charter fee.
6.Conclusie
dezehandelswijze niet bezigt in het kader van een door
Verhuurcontract " [S] "
- Formeel passen partijen met hun transacties de bepalingen van de Zesde Richtlijn en de daarop gebaseerde nationale wetgeving toe. De transacties leiden er echter toe dat partijen in strijd met het doel van die bepalingen een belastingvoordeel verkrijgen;
- Uit een geheel van objectieve factoren blijkt dat het wezenlijke doel van de betrokken transacties erin bestaat een belastingvoordeel te verkrijgen.
- of [K] in zijn onderzoek de beschikking heeft gehad over de folder uit 1993/1994 en wat de herkomst van de folder is,
- of sprake is geweest van een im- of expliciete standpuntbepaling,
- of het recht van verdediging is geschonden, en
- of op alle vragen van [K] antwoord is gegeven.
nietgezegd dat:
3.Geschil
- of sprake is van misbruik en zo ja wat het gevolg van het misbruik is,
- of de naheffingsaanslagen zijn opgelegd in strijd met het vertrouwensbeginsel, en
- of de naheffingsaanslagen zijn opgelegd in strijd met het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel.