Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 9 juni 2011, nr. P10/00221, betreffende een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende werd uitgenodigd tot betaling van omzetbelasting bij invoer van een motorjacht, waarop zij bezwaar maakte. Zowel de Rechtbank Haarlem als het Gerechtshof Amsterdam verklaarden het beroep ongegrond en oordeelden dat artikel 23 Wet Pro OB ten onrechte was toegepast.
De Hoge Raad stelt vast dat belanghebbende het jacht verhuurde en het jacht voor bedrijfsdoeleinden gebruikte, en dat zij de omzetbelasting over de invoer heeft aangegeven en voldaan. Het Hof had een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het jacht bij invoer voor een ander was bestemd dan belanghebbende.
De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en de uitnodiging tot betaling, en oordeelt dat toepassing van artikel 23 Wet Pro OB correct was. De stelling van misbruik van recht door de Inspecteur wordt verworpen, omdat dit geen invloed heeft op de toepassing van artikel 23. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de eerdere uitspraken en bevestigt dat belanghebbende terecht omzetbelasting heeft voldaan volgens artikel 23 Wet OB bij invoer van het jacht.