ECLI:NL:GHARL:2018:11327
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillietverklaring ontbonden vennootschap in liquidatie
In deze zaak is de besloten vennootschap [appellante] B.V. in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, die haar op verzoek van [geïntimeerde] B.V. failliet heeft verklaard. Het hof heeft het verzoekschrift, de schriftelijke stukken en de mondelinge behandeling op 6 december 2018 in overweging genomen.
De rechtbank had vastgesteld dat [appellante] was opgehouden met betalen en dat er nog baten aanwezig waren, namelijk een aanspraak op een bedrijfsschadeverzekering. De faillissementsaanvraag was gedaan door een schuldeiser, wat volgens het hof geoorloofd is naast de bevoegdheid van de vereffenaar om faillissement aan te vragen. Het hof bevestigde dat de voorwaarden voor faillietverklaring, zoals genoemd in artikel 1 Fw Pro juncto artikel 6 lid 3 Fw Pro, waren vervuld.
Het hof oordeelde dat de vordering van [geïntimeerde] op [appellante] geldig was door een geldige cessie en dat er voldoende bewijs was dat de vordering nog niet volledig was voldaan. Ook was er sprake van meerdere onbetaalde schuldeisers. Het verweer van [appellante] dat sprake zou zijn van misbruik van recht door [geïntimeerde] werd verworpen, evenals het argument dat de faillietverklaring het crediteurenmoratorium zou ondermijnen.
Het hof concludeerde dat [geïntimeerde] een rechtmatig belang had bij het faillissementsverzoek en dat het faillissement bekrachtigd moest worden. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het vonnis van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissement van de ontbonden vennootschap in liquidatie en wijst het hoger beroep af.