ECLI:NL:GHARL:2018:1520

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 februari 2018
Publicatiedatum
15 februari 2018
Zaaknummer
WAHV 200.190.905
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 13 lid 1 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens ontbreken gronden in hoger beroep verkeersboete

De zaak betreft hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaarde. Het beroepschrift bevatte geen gronden en de gemachtigde van betrokkene heeft geen termijn gevraagd om deze alsnog in te dienen.

De kantonrechter heeft de zaak behandeld zonder dat betrokkene of zijn gemachtigde aanwezig waren en heeft het beroep ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat geen rechtsregel de kantonrechter verplicht om zonder verzoek een termijn te geven voor het indienen van gronden. Artikel 6:6 Awb Pro verplicht slechts tot het geven van een termijn wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk wil verklaren, wat hier niet aan de orde was.

De gemachtigde had voldoende gelegenheid om gronden in te dienen, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Het hof verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin expliciet een uitdrukkelijke wens tot aanvulling vereist is. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om kostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hof bevestigt de ongegrondverklaring van het beroep en wijst het verzoek om kostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 200.190.905
15 februari 2018
CJIB 183392581
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 25 maart 2016
betreffende
[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde voert aan dat tegen de beslissing van de officier van justitie slechts pro forma beroep is ingesteld. De kantonrechter heeft ten onrechte niet de gelegenheid geboden de gronden van het beroep aan te vullen en daardoor gehandeld in strijd met artikel 6:5 in Pro samenhang met artikel 6:6 Algemene Pro wet bestuursrecht (Awb). Daardoor heeft de kantonrechter ten onrechte de juistheid van de beslissing van de officier van justitie in het midden gelaten. Dat is in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. De gemachtigde verwijst in dit verband naar het arrest van het hof van 18 november 2009, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHLEE:2009:BL6092.
2. Indien een beroepschrift - in strijd met artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb - geen gronden bevat, dient de indiener daarvan de gelegenheid te worden geboden om deze op een later moment in te dienen, indien uit het beroepschrift blijkt van de wens daartoe. Deze wens moet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn gedaan (vgl. het arrest van 22 december 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:10365).
3. In het beroepschrift d.d. 19 mei 2015 tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de gemachtigde op nader aan te voeren gronden beroep ingesteld.
4. De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 25 maart 2016. De betrokkene noch zijn gemachtigde zijn op deze zitting verschenen. De kantonrechter heeft het beroep ongegrond verklaard.
5. Niet in geding is dat het beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie geen gronden bevat. Door de gemachtigde is niet verzocht om een termijn voor het indienen van gronden. Geen rechtsregel schrijft voor dat de kantonrechter in dat geval een termijn moet geven voor het indienen van gronden. Artikel 6:6 van Pro de Awb, waaraan de gemachtigde refereert, verplicht slechts om een termijn te geven voor het herstellen van een verzuim, wanneer de kantonrechter gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Die situatie doet zich in dit geval niet voor.
6. De gemachtigde heeft ruim de tijd gehad om voorafgaand aan de behandeling van het beroep door de kantonrechter nadere gronden in te zenden, maar dit nagelaten. Evenmin is de gemachtigde ter openbare zitting van de kantonrechter verschenen om zijn bezwaren mondeling naar voren te brengen. Het hof concludeert dat de gemachtigde voldoende gelegenheid had tot indienen van gronden, maar er zelf voor heeft gekozen om daarvan geen gebruik te maken.
7. In het arrest waarnaar de gemachtigde heeft verwezen, had de kantonrechter, met voorbijgaan aan de beslissing van de officier van justitie die strekte tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep tegen de inleidende beschikking, de (inhoudelijke) bezwaren tegen de inleidende beschikking beoordeeld. Dat doet zich hier niet voor. De kantonrechter heeft zich niet buiten het voor hem geldende toetsingskader begeven. Aan de omstandigheid dat de kantonrechter geen van de zijde van de gemachtigde naar voren gebrachte argumenten bij zijn beoordeling heeft kunnen betrekken, kan niet de conclusie worden verbonden dat hij het voor hem geldende toetsingskader heeft miskend.
8. Nu de door de gemachtigde van de betrokkene aangevoerde gronden geen doel treffen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
9. De betrokkene wordt niet in het gelijk gesteld. Het hof zal daarom het verzoek om een kostenvergoeding afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.