Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn na hun echtscheiding in 2011 verwikkeld in een geschil over de hoogte en duur van de partneralimentatie. De man verzocht om beëindiging of matiging van zijn alimentatieverplichting vanaf 1 juli 2015, terwijl de vrouw hoger beroep instelde tegen de verlaging en terugvordering van te veel betaalde alimentatie.
Het hof beoordeelde onder meer het vermeende grievend gedrag van de vrouw, maar stelde vast dat dit niet voldoende was bewezen om de onderhoudsverplichting te beëindigen. De behoefte van de vrouw werd aangepast op basis van gewijzigde woonlasten, waarbij het hof uitging van een netto behoefte van €4.056 per maand.
De vrouw kon deels in haar eigen behoefte voorzien door inkomsten uit loondienst en een eenmanszaak. De man had voldoende draagkracht, gebaseerd op zijn resultaat in 2015 van €148.615, om de aangepaste alimentatie te betalen. Het hof wijzigde de alimentatiebedragen voor de jaren 2015 tot en met 2017 en veroordeelde de vrouw tot terugbetaling van circa €30.000 te veel ontvangen alimentatie. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De partneralimentatie is aangepast vanaf 1 juli 2015 en de vrouw is veroordeeld tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie.