Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van €7 die in rekening waren gebracht vanwege een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boetebeschikking. Na bezwaar werd de aanmaningskosten verminderd tot nihil. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een dwangsom af. Het hof bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de ontvanger een dwangsom heeft verbeurd wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Het hof oordeelt dat belanghebbende geen correcte ingebrekestelling aan de ontvanger heeft gericht, omdat de ingebrekestelling via de rechtbank aan de inspecteur was gericht, die een ander bestuursorgaan is. Hierdoor is de dwangsom niet verschuldigd.
Verder overweegt het hof dat het beroep aanvankelijk niet ontvankelijk was wegens het ontbreken van een ingebrekestelling, maar dat belanghebbende niet in verzuim is omdat zij niet op de hoogte was van deze vereiste. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.