Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van de grieven en het gevorderde
“klachten aan linkerknie + rugklachten”(productie 8 bij inleidende dagvaarding) heeft behandelend orthopedisch chirurg [orthopedisch chirurg] in zijn brief van 17 januari 2012 aan de huisarts van [geïntimeerde] (productie 5 bij conclusie van antwoord in conventie) op basis van (röntgen-) onderzoek geconcludeerd dat [geïntimeerde] een scoliose van 30° had
(“De pijn is met name laag lumbaal en in het SI gewricht. Er is geen wortelprikkeling.”) met degeneratieve afwijkingen, welk beeld op de MRI scan werd bevestigd. [orthopedisch chirurg] heeft voor [geïntimeerde]
“een aanvraag geschreven voor een licht lumbaal korset, voor bijvoorbeeld tijdens het werken”. Voorts meldt [orthopedisch chirurg] nog:
“Hij vertelt en passant dat hij ook last heeft van een voorste kruisbandruptuur.”
“Degeneratieve scoliose, met secundair daaraan degeneratie discus L2-L3, meer dan L3-L4, waarbij de Cobb-hoek de afgelopen twee jaar in ieder geval niet duidelijk is toegenomen. Voorste kruisband insufficiëntie aan de linker knie.”