Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Beoordeling
kennelijkniet-ontvankelijk heeft verklaard en dus niet voorbij kon gaan aan de hoorplicht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde dat de kantonrechter ten onrechte geen brondocumenten had verstrekt en dat de hoorplicht was geschonden.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was geschonden omdat alleen het zaakoverzicht was toegezonden en niet de brondocumenten. Het hof oordeelde dat het brondocument niet als op de zaak betrekking hebbend stuk geldt en dat de officier van justitie daarom niet verplicht was deze te verstrekken. Ook de kantonrechter had terecht geen brondocumenten verstrekt, mede omdat hier niet om was verzocht.
Verder oordeelde het hof dat de officier van justitie terecht kon afzien van het horen van betrokkene omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van gronden, conform artikel 7:17 Awb Pro. Het ontbreken van een motivering hiervoor in de beslissing van de officier van justitie werd als niet nadelig voor betrokkene beoordeeld.
Het hof verwierp alle bezwaren van betrokkene en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek tot vergoeding van kosten werd afgewezen omdat betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.