ECLI:NL:GHARL:2018:3755

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
20 april 2018
Zaaknummer
WAHV 200.195.964
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbArt. 7:17 AwbArt. 6:22 AwbArt. 11 lid 4 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake niet-ontvankelijkheid hoger beroep boete WAHV

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) ongegrond verklaarde. Betrokkene stelde dat de kantonrechter ten onrechte geen brondocumenten had verstrekt en dat de hoorplicht was geschonden.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was geschonden omdat alleen het zaakoverzicht was toegezonden en niet de brondocumenten. Het hof oordeelde dat het brondocument niet als op de zaak betrekking hebbend stuk geldt en dat de officier van justitie daarom niet verplicht was deze te verstrekken. Ook de kantonrechter had terecht geen brondocumenten verstrekt, mede omdat hier niet om was verzocht.

Verder oordeelde het hof dat de officier van justitie terecht kon afzien van het horen van betrokkene omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van gronden, conform artikel 7:17 Awb Pro. Het ontbreken van een motivering hiervoor in de beslissing van de officier van justitie werd als niet nadelig voor betrokkene beoordeeld.

Het hof verwierp alle bezwaren van betrokkene en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek tot vergoeding van kosten werd afgewezen omdat betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 200.195.964
20 april 2018
CJIB 187831506
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 10 juni 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter heeft miskend dat artikel 7:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geschonden, nu enkel het zaakoverzicht is toegezonden maar niet de brondocumenten. Verder merkt de gemachtigde op dat ten onrechte geen inhoudelijke behandeling plaats heeft kunnen vinden, omdat de brondocumenten niet door de officier van justitie en ook niet door de kantonrechter zijn verstrekt. Daarnaast heeft de kantonrechter miskend dat de officier van justitie het beroep niet
kennelijkniet-ontvankelijk heeft verklaard en dus niet voorbij kon gaan aan de hoorplicht.
2. Artikel 7:18, vierde lid, van de Awb voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om hangende administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij het beroepsorgaan. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten (vlg. ABRS 19 november 2014, ECLI:NL:RvS:2014:4129). Naar het oordeel van het hof moet in een zaak als de onderhavige daaronder worden begrepen het zaakoverzicht en - indien aanwezig - een foto van de gedraging (vgl. het arrest van dit hof van 28 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7246). Het brondocument is niet een op de zaak betrekking hebbend stuk. De officier van justitie was dus niet gehouden dit aan de gemachtigde toe te zenden.
3. Gelet op het voorgaande treft het bezwaar dat de kantonrechter heeft miskend dat de brondocumenten niet zijn toegestuurd door de officier van justitie en daardoor gehandeld is in strijd met artikel 7:18 van Pro de Awb geen doel.
4. Het bezwaar dat ook de kantonrechter de brondocumenten niet heeft verstrekt kan om dezelfde reden, namelijk dat het geen op de zaak betrekking hebbend stuk betreft, niet slagen, waarbij het hof nog opmerkt dat de gemachtigde ook niet daarom heeft verzocht in reactie op de mededeling van de griffier als bedoeld in artikel 11, vierde lid (oud) van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
5. Ten aanzien van de hoorplicht heeft de kantonrechter overwogen dat de officier van justitie van het horen kon afzien, nu sprake was van een kennelijk niet-ontvankelijk beroep.
6. Naar het oordeel van het hof kon de officier van justitie in dit geval, op de voet van artikel 7:17, aanhef en onder a, van de Awb, ervan afzien om de gemachtigde te horen, aangezien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het verzuim om de gronden van het beroep op te geven. De kantonrechter heeft hier dus juist over beslist.
7. Voor zover de gemachtigde nog klaagt dat in de beslissing van de officier van justitie niet staat vermeld waarom is afgezien van het horen, kan dit gebrek volgens vaste rechtspraak van het hof worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb nu aannemelijk is dat de betrokkene hier geen nadeel van heeft ondervonden. Door de gemachtigde is immers niet aangevoerd op welke wijze de betrokkene in de onderhavige zaak zou zijn benadeeld.
8. De door de gemachtigde aangevoerde bezwaren slagen niet. De beslissing van de kantonrechter wordt dan ook bevestigd. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Stoop als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.