Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Eindhoven(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een docent werkzaam in het Verenigd Koninkrijk, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2008 tot en met 2012. De Inspecteur stelde dat belanghebbende zowel in Nederland als het VK woonde, en dat Nederland het volledige salaris moest belasten. Belanghebbende voerde aan slechts inwoner van het VK te zijn en vroeg aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het hof. Het hof stelde vast dat belanghebbende een duurzaam tehuis in beide landen had, maar dat het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland lag, mede door het gezin en vaste woonplaats. Op grond van het belastingverdrag werd belanghebbende daarom als inwoner van Nederland beschouwd.
Het hof bepaalde dat Nederland belasting mag heffen over het volledige inkomen, maar dat het VK als werkstaat belasting mag heffen over het loon dat betrekking heeft op de aldaar verrichte arbeid. Het hof paste de dagenbreuk toe om het loon proportioneel toe te rekenen aan het VK en Nederland, en stelde vast dat de Inspecteur een te lage aftrek ter voorkoming van dubbele belasting had toegepast. De navorderingsaanslagen werden dienovereenkomstig verminderd.
Verder veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten en legde vast dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende moet worden vergoed. De uitspraak werd openbaar gedaan op 24 april 2018.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en vermindert de navorderingsaanslagen vanwege een hogere aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.