ECLI:NL:HR:2005:AP1424
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over dagenbreuk bij voorkoming dubbele belasting arbeidsinkomsten Nederland-België
Belanghebbende was in 1998 woonachtig in Nederland en werkte in dienst van een Belgische vennootschap met een vaste inrichting in Nederland. Hij werkte dat jaar 213 dagen, waarvan 58 dagen daadwerkelijk in België. Voor de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting berekende belanghebbende zelf de dagenbreuk met 213 dagen als noemer, terwijl de Inspecteur 261 dagen hanteerde.
Het Hof oordeelde dat de noemer moest bestaan uit het aantal kalenderdagen minus weekeindagen (261 dagen), waarbij vakantiedagen buiten beschouwing bleven. Belanghebbende stelde in cassatie dat ook vakantiedagen, erkende feestdagen en andere niet-werkdagen volgens de arbeidsovereenkomst van de noemer moeten worden afgetrokken.
De Hoge Raad stelde vast dat het loon naar tijdsevenredigheid moet worden toegerekend aan de werkstaat, waarbij vakantiedagen en feestdagen gelijkgesteld worden en dus van de noemer afgetrokken dienen te worden. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat ziektedagen meetellen als daadwerkelijk gewerkte dagen in de teller, maar niet in de noemer worden verwerkt.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en stelde de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting vast op ƒ 14.109. Daarnaast veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en stelt de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting vast op ƒ 14.109.