Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De vaststaande feiten
Artikel 2 Beroepspraktijkvorming beroepsopleiding
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een onderneming, kreeg een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd over 2011-2013, inclusief boete en rente. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond maar mat de boete wegens termijnoverschrijding. In hoger beroep staat het recht op afdrachtvermindering onderwijs centraal, waarbij veertien werknemers beroepspraktijkvorming volgden via praktijkovereenkomsten (POK).
De Inspecteur betwist dat de POK’s voldoen aan de wettelijke voorwaarden, omdat zij de gehele beroepsopleiding vermelden terwijl slechts deelkwalificaties zijn gevolgd, en het aantal uren en de verdeling daarvan onduidelijk zijn. Het Hof constateert meerdere onvolkomenheden die een doelmatige controle door de Belastingdienst onmogelijk maken en oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op de afdrachtvermindering.
De boete wordt vernietigd omdat deze niet langer in geschil is. De redelijke termijn is niet overschreden. Het Hof veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond voor de boete, die wordt vernietigd, maar de naheffingsaanslag loonheffingen wordt bevestigd wegens onvoldoende wettelijke naleving van praktijkovereenkomsten.