Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker, verder te noemen: de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2014 gehuwd en in 2017 gescheiden. De man is onderhoudsplichtig voor twee kinderen uit deze relatie en een dochter uit een eerder huwelijk. De rechtbank had een bijdrage van €156 per kind vastgesteld. In hoger beroep betwistte de man deze bijdrage en stelde hij een andere verdeling voor.
Het hof stelde de behoefte van de kinderen vast op €375 per kind per maand en hanteerde als ingangsdatum 2 mei 2017, de datum van de beschikking van de rechtbank. De draagkracht van de man werd berekend op basis van zijn netto besteedbaar inkomen, inclusief inkomsten uit een onderneming waarvan het bestaan niet was ontkend. De draagkracht werd vastgesteld op circa €362 per maand.
De vrouw had een inkomen onder bijstandsniveau en geen draagkracht. De man betaalde ook voor zijn dochter uit een eerder huwelijk, waarvoor een hogere behoefte geldt. Omdat onduidelijk was of de moeder van deze dochter draagkracht heeft, besloot het hof de draagkracht van de man gelijkelijk over zijn drie kinderen te verdelen.
De bijdrage werd vastgesteld op €121 per kind per maand. Het hof oordeelde dat de vrouw het teveel betaalde niet hoeft terug te betalen, omdat zij dit aan de kinderen heeft besteed en geen reserves heeft. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €121 per kind per maand met ingang van 2 mei 2017 en bepaalt dat de vrouw het teveel betaalde niet hoeft terug te betalen.