Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
Oldebroek(hierna: de heffingsambtenaar)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is rechthebbende van een particulier graf met twee grafruimten op een gemeentelijke begraafplaats in Oldebroek. Tegen een aanslag voor de afkoop van onderhoudsrechten ter hoogte van twee keer € 950,40 maakte belanghebbende bezwaar. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna de rechtbank het beroep van belanghebbende gegrond verklaarde en de aanslag verminderde.
In hoger beroep stelt de heffingsambtenaar dat het onderhoudsrecht betrekking heeft op het onderhoud van de gehele begraafplaats en dat de gemeente vrij is om de kosten te verdelen over de rechthebbenden, ook per grafruimte. Het hof overweegt dat sinds de Wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet (1995) tariefdifferentiatie niet meer strikt hoeft te zijn gebaseerd op het genot van de dienst, waardoor de keuze van de gemeente om per grafruimte te heffen binnen de wettelijke grenzen valt.
Belanghebbende voert aan dat geen onderhoud plaatsvindt aan de grafruimten zelf en dat omliggende gemeenten niet per grafruimte heffen. Het hof oordeelt dat de gemeente in redelijkheid mag kiezen voor de heffing per grafruimte en dat de rechthebbenden profiteren van het algemene onderhoud van de begraafplaats. De voorzieningen en kostendekkendheid van de rechten zijn voldoende verantwoord door de heffingsambtenaar.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.