Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep betreffende de wijziging van partner- en kinderalimentatie tussen voormalige echtgenoten. De vrouw was niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verhoging boven het geïndexeerde bedrag van €641,89 per kind per maand. Het hof oordeelde dat partijen bij het convenant van 2012 niet bewust van de wettelijke maatstaven waren afgeweken.
De geboorte van de dochter van de man met zijn nieuwe partner werd als relevante wijziging van omstandigheden erkend, wat een herbeoordeling van behoefte en draagkracht rechtvaardigde. De ingangsdatum van de wijziging werd vastgesteld op 16 oktober 2017, waarbij terugbetaling van teveel betaalde alimentatie niet werd opgelegd vanwege de redelijkheid en de besteding door de vrouw.
De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €710 per kind per maand volgens de NIBUD-tabellen, waarbij bijzondere kosten niet tot verhoging leidden. De draagkracht van de man werd berekend op basis van het gemiddelde inkomen over drie jaar, met een netto besteedbaar inkomen van €6.184 per maand. De vrouw werd een beperkte draagkracht van €50 per maand toegerekend. Na zorgkorting werd de kinderalimentatie vastgesteld op €586 per kind per maand.
De partneralimentatie werd vastgesteld op €1.360 per maand, rekening houdend met de draagkracht van de man, de fiscale gevolgen van zijn woning en de behoefte van de vrouw. Een verzoek tot afbouwregeling werd afgewezen wegens onvoldoende motivering. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijzigt de alimentatiebedragen met ingang van 16 oktober 2017 en bepaalt dat de vrouw geen terugbetalingsverplichting heeft voor teveel ontvangen partneralimentatie.