Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan
de gemeente Hilversum(hierna: de heffingsambtenaar)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende parkeerde op 29 maart 2017 zijn voertuig op een parkeerplaats in Hilversum waartegen betaling moest worden geparkeerd. Hij betaalde voor een periode van 23 minuten, maar werd om 14.24 uur geconstateerd dat het voertuig nog stond terwijl de betaalde periode was verstreken. De heffingsambtenaar legde een naheffingsaanslag op van €63,50, waarvan €2,60 parkeerbelasting en €60,90 kosten.
De rechtbank Midden-Nederland oordeelde dat de naheffingsaanslag verminderd moest worden met het reeds betaalde bedrag en stelde de aanslag vast op €62,50. De heffingsambtenaar ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof bevestigde dat op grond van artikel 20 AWR Pro alleen het niet-betaalde deel kan worden nageheven. Omdat de onbetaalde parkeerduur slechts drie minuten bedroeg, had de naheffing beperkt moeten blijven tot €0,13.
Het hof oordeelde dat de forfaitaire parkeerduur van een uur alleen geldt indien de parkeerduur onduidelijk is, wat hier niet het geval was. De naheffingsaanslag werd daarom bevestigd zoals door de rechtbank vastgesteld. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en tot betaling van griffierecht aan de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.