Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker, verder te noemen: de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn gescheiden en hebben afspraken gemaakt over de verzorging en kosten van hun minderjarige kind, waaronder een maandelijkse kinderalimentatie van €220 door de vader. De rechtbank had deze alimentatieverplichting vastgesteld en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De man verzocht het hof om schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beschikking, stellende dat hij door een bedrijfsongeval en daaropvolgende revalidatie financieel niet in staat is de alimentatie te betalen. De vrouw voerde gemotiveerd verweer en stelde dat de man eerder duidelijkheid had kunnen verschaffen over zijn financiële situatie.
Het hof oordeelde dat de man voldoende financiële noodtoestand had aangetoond met recente stukken, waaronder bewijs van een ziektewetuitkering van €269,41 netto per week. Gezien de inschakeling van een deurwaarder door de vrouw achtte het hof het belang van de man bij het behoud van de bestaande toestand zwaarder dan het belang van de vrouw bij voortzetting van de tenuitvoerlegging.
Daarom werd het verzoek tot schorsing van de uitvoering van de kinderalimentatie toegewezen, en de werking van de beschikking van de rechtbank Almelo van 5 februari 2018 geschorst voor zover het de kinderalimentatie betreft, totdat het hoger beroep in de hoofdzaak is beslist.
Uitkomst: De schorsing van de kinderalimentatiebetaling van €220 per maand wordt toegewezen vanwege de financiële noodtoestand van de vader.