Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een woningbouwcorporatie, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het tijdvak 2012. Zij voerde beroep aan tegen de aanslag en de daarbij behorende boetes en rente. De rechtbank Gelderland vernietigde de aanslag, maar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
Centraal in het geschil stond of belanghebbende kon profiteren van de overgangsregeling in het Besluit van 23 december 2009, die bepaalde dat integratieheffing achterwege kon blijven als vóór 31 december 2009 een aanvang was gemaakt met de realisatie van de onroerende zaken. Het hof oordeelde dat belanghebbende vóór die datum geen contractuele verplichtingen had aangegaan noch kosten had gemaakt die direct en aantoonbaar aan de appartementen konden worden toegerekend.
Daarnaast was in geschil de juiste maatstaf van heffing. Het hof stelde vast dat de aankoopprijs van de appartementen niet kon worden gebruikt, omdat belanghebbende de appartementen niet kant-en-klaar had gekocht maar een combinatie van rechten en diensten had afgenomen. De kostprijs van de appartementen, zoals blijkt uit de administratie, vormt de maatstaf van heffing. Het incidentele beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Het hof wees ten slotte het hoger beroep van belanghebbende af en verklaarde het hoger beroep van de inspecteur gegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van de woningcorporatie af en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.