Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Almelo(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
1.237.
1.267.
1.338.
1.310.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was werkzaam als medewerker bij een verzekeringskantoor en vulde tegen betaling belastingaangiften in voor derden. De FIOD voerde een strafrechtelijk onderzoek uit waarbij administratieve bescheiden en computerbestanden werden in beslag genomen. Uit verklaringen van cliënten en administratie blijkt dat belanghebbende gemiddeld €35 tot €50 per aangifte ontving, maar dit niet of onvoldoende heeft aangegeven in zijn belastingaangiften over de jaren 2008 tot en met 2011.
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op en berekende heffingsrente. Belanghebbende stelde onder meer dat bewijs onrechtmatig was verkregen en dat de Inspecteur onzorgvuldig had gehandeld. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur toestemming had voor het gebruik van het strafrechtelijk onderzoek en dat de schattingen van de Inspecteur redelijk waren. Het verzoek van belanghebbende om 67 getuigen op te roepen werd afgewezen omdat dit niet zinvol werd geacht.
Het Hof bevestigde dat belanghebbende de vereiste aangiften niet had gedaan en dat de bewijslast terecht was omgekeerd en verzwaard. De navorderingsaanslagen zijn gebaseerd op een redelijke schatting van de niet aangegeven inkomsten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.