Uitspraak
1.de vennootschap onder firma VOF [appellant] - [appellante] ,
2. [appellant] ,
3. [appellante] ,
[appellanten](in enkelvoud),
Bpf Bakkersbedrijf,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure tussen VOF [appellant] en Stichting Bedrijfspensioenfonds voor het Bakkersbedrijf (Bpf Bakkersbedrijf) staat de juiste toerekening van omzet uit belegde broodjes en ontbijtjes centraal. Het hof verwijst naar een eerder tussenarrest en behandelt de vraag hoe de omzet moet worden verdeeld over bakkersproducten en niet-bakkersproducten.
[Appellanten] heeft een berekening overgelegd waarin zij de omzet aan belegde broodjes en ontbijtjes splitst op basis van de kostprijs van brood en beleg. Bpf Bakkersbedrijf betwist deze methode en stelt dat het moet gaan om omzet op basis van verkoopprijs en conform het verplichtstellingsbesluit. Het hof oordeelt dat de omzet van het bakkersproduct moet worden gesteld op de verkoopprijs van het losse broodje, en dat het prijsverschil tussen brood en beleg de marge van [appellanten] betreft, die niet als bakkersproduct kan worden aangemerkt.
Het hof geeft [appellanten] de opdracht om nieuwe berekeningen te maken volgens deze methode voor alle jaren en filialen, en stelt een procedure vast waarbij Bpf Bakkersbedrijf de administratie kan controleren en hierop kan reageren. Tevens wordt geheimhouding van de boekhouding toegekend. De zaak wordt aangehouden tot de volgende rolzitting.
Deze uitspraak verduidelijkt de wijze van omzettoerekening in het kader van het verplichtstellingsbesluit en de beoordeling van productcategorieën in een pensioenfondsdiscussie.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere berekeningen en controle van omzettoerekening conform het verplichtstellingsbesluit.