Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter Gelderland inzake een ondertoezichtstelling en een schriftelijke aanwijzing met betrekking tot omgang met haar kind. De moeder vorderde vervallenverklaring van een volgens haar niet tijdig door de gecertificeerde instelling (GI) gegeven schriftelijke aanwijzing.
De kinderrechter verklaarde de moeder niet-ontvankelijk omdat zij geen belang meer had bij een beslissing, aangezien de GI tijdens de procedure had toegezegd spoedig een schriftelijke aanwijzing te zullen geven waarin omgang werd geregeld. De moeder stelde dat zij wel degelijk belang had, mede op grond van het recht op eerbiediging van het gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro).
Het hof oordeelde dat de vergelijking van de kinderrechter met artikel 6.2 Awb niet opgaat omdat de moeder een besluit wilde vervallen verklaren dat nooit was genomen. De moeder had op grond van artikel 1:262b BW de mogelijkheid om een beslissing van de kinderrechter te vragen. Het hof vond dat de kinderrechter de moeder niet-ontvankelijk had moeten verklaren op die grond, maar bekrachtigde de beschikking alsnog met verbetering van de motivering.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij het verzoek van de moeder niet-ontvankelijk werd verklaard.