Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan
Tribuut(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een WOZ-beschikking en bijbehorende OZB-aanslag via twee onafhankelijk opererende gemachtigden. De heffingsambtenaar verklaarde het tweede bezwaar niet-ontvankelijk wegens dubbele indiening. De rechtbank vernietigde deze beslissing en oordeelde dat het tweede bezwaar als aanvulling moest worden gezien, maar stelde dat de intrekking van het eerste bezwaar door de eerste gemachtigde rechtsgeldig was en niet ongedaan kon worden gemaakt.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de intrekking van het eerste bezwaar weliswaar uitdrukkelijk was, maar dat de heffingsambtenaar had moeten navragen bij belanghebbende en de gemachtigden vanwege de onduidelijkheid en het bestaan van twee bezwaarschriften. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar tekort was geschoten in zijn zorgvuldigheid en dat de intrekking niet als ondubbelzinnig kon worden aangemerkt.
Daarom vernietigde het hof de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de heffingsambtenaar en wees de zaak terug voor behandeling van het bezwaar in de stand van 26 mei 2017. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraken worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling van het bezwaar.