Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde beroep in tegen de WOZ-waarde van zijn vrijstaande villa, vastgesteld op €789.000 per waardepeildatum 1 januari 2015. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde na bezwaar, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het gerechtshof.
De woning, gebouwd in 2002, heeft een gebruiksoppervlak van 259 m2 en ligt op een perceel van 768 m2. De woning werd in juni 2018 verkocht voor €1.100.000. Het geschil betrof de juiste WOZ-waarde op 1 januari 2015. Het hof overwoog dat de Wet WOZ de waarde in het economische verkeer vereist, bepaald via systematische vergelijking met vergelijkbare woningen.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin vier vergelijkingsobjecten werden gebruikt. Het hof oordeelde dat drie vergelijkingsobjecten minder geschikt waren vanwege locatie, perceelgrootte en verkoopdatum, maar dat één object ([e-straat] 28) een zeer geschikt vergelijkingsobject was. De verschillen in perceelgrootte, gebruiksoppervlak en bouwjaar waren voldoende gecorrigeerd. De verkoopprijs van de woning in 2018 werd verworpen als referentiepunt vanwege de tijdsafstand en marktontwikkelingen.
Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar de bewijslast had voldaan en dat de WOZ-waarde niet te laag was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van de woning op €789.000 per 1 januari 2015 en verklaart het hoger beroep ongegrond.