Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan
belastingcentrum Tribuutte Epe (hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar legde aan Stichting [X] een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) op voor het woonzorgcentrum aan een adres te [A]. De rechtbank Gelderland vernietigde de aanslag OZB gebruikers (OZBG) en verklaarde het beroep gegrond. De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hof beoordeelde onder meer de vraag of het woonzorgcentrum in hoofdzaak tot woning dient volgens artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet. De heffingsambtenaar stelde dat slechts 39% van het complex als woningdeel kon worden aangemerkt, terwijl belanghebbende 72,45% claimde. Het hof oordeelde dat ruimten die door zowel bewoners als personeel worden gebruikt (mixruimten) niet volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden en dus niet tot woning kunnen worden gerekend.
Verder verklaarde het hof een door de heffingsambtenaar ingediend stuk tardief en sloeg dit bij de beoordeling over. Uiteindelijk oordeelde het hof dat het woonzorgcentrum niet in hoofdzaak tot woning dient en dat de aanslag OZBG terecht is opgelegd, maar dat 66% van het complex als woning dient voor de heffingsmaatstaf. Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de aanslag OZBG werd verminderd tot een waarde van €1.541.900. De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van €1.002.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag OZB gebruikers en oordeelt dat het woonzorgcentrum niet in hoofdzaak tot woning dient.