Eiseres, eigenaar van een woon-/zorgcomplex te Sliedrecht, betwistte de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) eigenaar en gebruiker. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het complex als woning moet worden aangemerkt volgens artikel 220a van de Gemeentewet. De rechtbank stelde vast dat slechts de eigen zit-/slaapkamers van bewoners als woning kunnen worden beschouwd, terwijl de overige ruimten, waar zorg en verpleging plaatsvinden, niet volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
De rechtbank concludeerde dat het woon-/zorgcomplex niet in hoofdzaak tot woning dient en verklaarde het beroep ongegrond. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak met zes maanden was overschreden vanwege de complexiteit, wat een schadevergoeding van €500,- rechtvaardigt. Deze vergoeding werd verdeeld tussen verweerder en de Staat, overeenkomstig de toerekenbaarheid van de termijnoverschrijding.
Tot slot werd eiseres een proceskostenvergoeding toegekend, waarbij de kosten werden verdeeld tussen verweerder en de Staat. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 26 februari 2019.