ECLI:NL:GHARL:2019:10275

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
26 november 2019
Publicatiedatum
2 december 2019
Zaaknummer
200.249.691/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 281 RvArt. 362 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-hersteld verzuim in beroepschrift

Betrokkene diende zelf een beroepschrift in tegen een beschikking van de rechtbank, zonder tussenkomst van een advocaat. Het hof gaf betrokkene de mogelijkheid dit te herstellen door een advocaat het beroepschrift te laten indienen. Een advocaat diende vervolgens een beroepschrift in, maar dit was niet gelijkluidend aan het oorspronkelijke beroepschrift.

De wederpartij betoogde dat het verzuim daardoor niet was hersteld en dat betrokkene niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het hof stelde vast dat herstel van het verzuim alleen mogelijk is indien het oorspronkelijke beroepschrift door een advocaat wordt ondertekend en ingediend, conform jurisprudentie.

Omdat het door de advocaat ingediende beroepschrift afweek van het oorspronkelijke, werd het hoger beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. De zaak kon op de stukken worden afgedaan, zonder zitting. De beslissing werd op 26 november 2019 door het hof uitgesproken.

Uitkomst: Het hoger beroep van betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-hersteld verzuim bij het beroepschrift.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.249.691/01
(zaaknummer rechtbank 6915056 VC VERZ 18-52)
beschikking van 26 november 2019
inzake
[verzoeker],
wonende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. D.J. Kap te Groningen,
en
[verweerster1] B.V.(de huidige curator),
kantoorhoudende te [B] ,
verweerster in hoger beroep,
en
[verweerster2],
wonende te [A] ,
verweerster in hoger beroep,
verder te noemen: [verweerster2] ,
advocaat: mr. M. Mook te Groningen.
Als informant is aangemerkt:
[de curator](de beoogde curator),
kantoorhoudende te [A] .

1.Het verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Het hof heeft op 25 april 2019 een tussenbeschikking gegeven, waarbij [verweerster2] als belanghebbende is aangemerkt.
1.2
Het hof heeft de volgende processtukken ontvangen:
- het beroepschrift met productie(s), ingediend door de betrokkene, ingekomen op 31 oktober 2018;
- het beroepschrift met productie(s), ingediend door mr. Kap, ingekomen op 7 februari 2019;
- een brief van mr. [C] (in haar functie als curator) van 25 februari 2019;
- een brief van mr. Mook van 26 februari 2019 met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Kap van 6 mei 2019 met productie(s);
- het verweerschrift van mr. Mook met productie(s);
- het verweerschrift van de curator met productie(s);
- een journaalbericht van mr. Mook van 21 oktober 2019 met productie(s).

2.De ontvankelijkheid van het hoger beroep

de feiten
2.1
De betrokkene heeft op 31 oktober 2018, de laatste dag van de beroepstermijn, zelf een beroepschrift ingediend tegen de bestreden beschikking van de rechtbank van 31 juli 2018. Omdat het beroepschrift niet is ingediend door een advocaat heeft het hof de betrokkene in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Op 7 februari 2019, een dag voor het verstrijken van de verlengde hersteltermijn, heeft mr. Kap namens de betrokkene een beroepschrift ingediend. Dit beroepschrift is niet gelijkluidend aan het oorspronkelijk ingediende beroepschrift.
2.2
Het hof heeft de belanghebbenden in deze zaak vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Mr. Mook heeft hierop bij brief van 21 oktober 2019 namens [verweerster2] gereageerd. Zij heeft aangegeven dat het door de advocaat ingediende beroepschrift niet gelijkluidend is aan het door de betrokkene zelf ingediende beroepschrift zodat het verzuim niet is hersteld en betrokkene niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn hoger beroep. Van de andere belanghebbenden heeft het hof geen reactie ontvangen.
2.3
De belanghebbenden hebben desgevraagd allen aangegeven dat de op 7 november 2019 geplande zitting geen doorgang hoeft te vinden en dat de zaak op het punt van de ontvankelijkheid op de stukken kan worden afgedaan.
de beoordeling
2.4
Artikel 281 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat indien een verzoekschrift ten onrechte niet door een advocaat is ingediend, de rechter de verzoeker de gelegenheid geeft binnen een door hem te stellen termijn dit verzuim te herstellen en dat indien de verzoeker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, hij in het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze bepaling is ingevolge artikel 362 Rv Pro van overeenkomstige toepassing in hoger beroep.
2.5
Herstel van het verzuim als bedoeld in artikel 281 Rv Pro is slechts mogelijk door een exemplaar van het oorspronkelijk ingediende beroepschrift alsnog door een advocaat te laten ondertekenen en indienen. Dit volgt onder andere uit ECLI:NL:HR:2009:BI0773 en ECLI:NL:HR:2018:219.
2.6
Omdat het hiervoor bedoelde verzuim niet op de juiste wijze is hersteld, immers
het door mr. Kap ingediende beroepschrift is niet gelijkluidend aan het door de betrokkene ingediende beroepschrift, zal het hof de betrokkene niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

3.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, A.W. Beversluis en
G.M. van der Meer, bijgestaan door mr. S.C. Lok als griffier, en is op 26 november 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.