Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Amsterdam(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende had voor het jaar 2014 de alleenstaande-ouderkorting geclaimd, maar de Inspecteur had deze geweigerd vanwege het niet voldoen aan de inschrijvingseis dat het kind en de ouder op hetzelfde woonadres in de Basisregistratie Personen moeten staan ingeschreven.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd, mede op grond van een gelijkheidsbeginsel met betrekking tot het begunstigend beleid voor binnenschippers die niet op een woonadres kunnen worden ingeschreven. De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hof oordeelt dat de inschrijvingseis strikt moet worden toegepast en dat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar is met die van binnenschippers, omdat belanghebbende wel een feitelijk woonadres had maar de inschrijving door de gemeente werd geweigerd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de hardheidsclausule faalt, omdat de hardheidsclausule alleen door de Minister van Financiën kan worden toegepast.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond wegens niet voldoen aan de inschrijvingseis.